Potosí, Bolivia

Markten en nog meer markten

8 april 2011 - Potosí, Bolivia

Na de rit over het zoutmeer besluiten we om nog wat langer in Uyuni te blijven.  Het is eigenlijk een beetje een gek plaatsje. Er is een grote vuilnisbelt van welke kant je het dorp ook inrijdt. Ook is er geen hoofdstraat die je door het dorp heen laat rijden. Nee, je rijdt zigzaggend over een soort van brede sporen en hotsend en botsend over de afvalberg om aan te komen in een verrassend schoon en levendig centrum.  Meerdere malen per dag loopt er een hoempapa band door de straten en op donderdag is er een grote en leuke markt. We kijken onze ogen uit, naar de bedrijvigheid, de mooie kleuren , de mensen en je kunt het zo gek niet bedenken of het is te koop. Peter koopt, voor een euro per stuk, een paar dvd’s over dieseltechniek.  In Bolivia is de almuerzo (vaste lunch voor een vaste prijs)  de belangrijkste maaltijd van de dag en kun je overal  op straat, op de markt of in restaurants eten.. We proberen het maar eens in een klein restaurant waar het vol zit met lokale mensen. Een viergangenlunch voor 3 euro met als vast onderdeel, de met aardappels en (lama) vlees gevulde soep. Het smaakt allemaal verrukkelijk. De volgende dag gaan we voor een almuerzo  naar de grote overdekte markthal. Hier staan allemaal lange tafels en achter de tafels staan de potten en pannen en wordt er gekookt. Elke tafel is in feite een restaurantje.  We schuiven ergens aan en eten tussen de vaak  tandeloze, vriendelijk lachende Bolivianen onze tweegangenlunch voor een bedrag van 1,50 per persoon en het is nog lekker ook...

 In de richting van de stad Potosi kamperen we aan een meer en tussen de lama’s. Zo af en toe komt er een vrouwelijke, op coca kauwende,  lamaherder langs.  Na eerst een aantal minuten ademloos naar de vrachtwagen te kijken komen de vragen.  Waar we vandaan komen?. uit Holanda..ken ik niet…dat ligt in Europa….nooit van gehoord, het is te ver weg. Wij vragen..waar woon je?…oh daar..en de arm wijst ergens in de verte..geen huis te zien. Heb je een man…ja, maar die is in Potosi..en kinderen…ja, zeven..maar er wonen er een paar hier en een paar in de stad….waar verdien je geld mee?….met de lama’s, de wol en het vlees. Veel geld kan het niet zijn want deze herders zien er echt arm uit en lopen op de sandalen van autobanden die we uit Afrika kennen.

Potosi is een stad met 150.000 inwoners,  ligt op 4200mtr. We rijden omhoog en omlaag  door ontzettend nauwe straatjes op zoek naar een plek om de auto te stallen. Regelmatig gaan we op een paar millimeter langs de gevels en dan zitten we, midden in een drukke straat, vast aan een van de laaghangende elektriciteitskabels.  Peter vraagt aan een jonge knul of hij op de vrachtwagen wil klimmen om te helpen met de draden! Geen probleem, als een aap klimt hij op de zijkant en houdt de draad voor ons omhoog en we rijden weer. Na een uur zoeken vinden we een plek voor de nacht in de achtertuin van een klein hotel. Het is wel grappig want wij betalen  per nacht 5 euro, maar…. vertelt de baas, we kunnen ook voor een kamer kiezen, deze kost ook 5 euro per nacht per kamer. Nou nee, we slapen toch liever in onze auto. Nou ja, slapen doen we maar weinig, kun je op deze hoogte last hebben  van je slijmvliezen en een bloedneus ook ben je ’s nachts gewoon klaar en klaar wakker. We hebben er geen verklaring voor maar horen van andere reizigers dat zij er ook last van hebben. Potosi is een heerlijke drukke rommelige stad met nauwe straatjes, prachtige poorten en balkonnetjes. We bezoeken eeuwenoude muntgebouw waar jaren lang het lokaal in grote hoeveelheden gevonden zilver werd omgezet in munten voor gebruik in Europa en Zuid Amerika. Tegenwoordig komen de munten uit Chili en de bankbiljetten uit Frankrijk. Dat geeft goed aan dat er in Bolivia sprake is van veel vergane glorie. Eens een belangrijk, ontwikkelt en relatief rijk gebied maar nu behorend tot de armste landen van Latijns Amerika. We slenteren uren langs de enorme markt, een prachtig gezicht met al die indiaanse vrouwen, en kopen allemaal fruit van soorten die we nog niet kennen.

We lopen een restaurantje binnen en kunnen alleen nog aanschuiven aan een tafeltje waar al een man zit te eten. Nee, hij vind het niet erg wanneer we erbij komen zitten.  Hij blijkt een landbouwkundig Ingenieur en begint te praten over Bolivia.  Het land dat zoveel grondstoffen bezit en rijk zou kunnen zijn…..mits goed bestuurd en volgens deze man mankeert het daar nu net aan. We praten over het heerlijke Boliviaanse eten. Hij vertelt een keer in Zwitserland te zijn geweest, nou wat ze daar eten is heel erg duur en het vlees en fruit smaakt nergens naar.

Was de weg van Uyuni naar Potosi nog onverhard (wel wordt er hard gewerkt aan wegen en bruggen), van Potosi naar Sucre is het asfalt en dat is ook wel weer eens lekker.We dalen af van 4200mtr naar 2700mtr en de omgeving wordt alsmaar groener. En.. in elk dorp geen voetbalveld maar een basketbalveld.. Soms staat er ergens alleen een klein huisje met golfplaten dak maar wel met een prachtig nieuw basketbalveld ervoor. Het is hier heel arm en een basketbalveld lijkt ons niet het eerste waar behoeft aan is. Wie dat toch heeft verzonnen? De een of andere gare politicus die van bastketbal houdt?.. Vlak voor Sucre worden we aangehouden door militairen, wel een stuk of tien met geweer in de aanslag. “Controle op drugs” wordt er uitgelegd. Er springt er gelijk één voor in de cabine en begint met een schroevendraaier hier en daar in te prikken en met zijn zessen bekijken ze de binnenkant. De zijdeur hoeft weer niet open en ze vinden het al snel goed. We tanken vlak voor Sucre voor maar 37 eurocent per liter, daar worden wij met ons verbruik wel blij van…

Sucre, de witte stad genoemd vanwege de mooie wit gepleisterde gebouwen uit de koloniale tijd, heeft een modernere uitstraling dan Potosi maar is ook druk en levendig en heeft wel vier grote markten. We willen naar de markt “campesino” net buiten het centrum daar waar de mensen van het platteland hun waren verkopen. We vragen de weg aan een meisje. “Oh”, zegt ze , “ik loop wel mee” en ondertussen vertelt ze..ze is twintig, heet Felipa , studeert toerisme aan de universiteit en wil gids worden…kan ze mooi oefenen. We drinken een quinoa-drankje  op de markt en Felipa oefent haar engels terwijl ze ons rondleidt over het enorme terrein. We nemen afscheid van dit aardige meisje en stappen in een busje (“micro”)dat ons terug moet brengen naar het centrum. Nou stond er wel op het busje dat ie naar het centrum zou gaan maar hij eindigt ergens bovenop een berg ver buiten het centrum. Een hele leuke rit eigenlijk en een mooi uitzicht op de stad. Gelukkig zijn er honderden ‘micro’s’ in Sucre en dus staat er daar ook éé die ons wel terug naar het centrum brengt.…

 

Foto’s