Concepción, Chili

De zomer is begonnen

7 januari 2011 - Concepción, Chili

Één van de leuke dingen van reizen is, vinden wij, het ontmoeten van andere mensen. Mensen met een verhaal zoals Anetta Vlasal, een in Duitsland wonende Tsjechin. Zij staat met haar camper naast ons aan het meer, komt naar ons toelopen en zegt.. wij hebben onze kerstcadeautjes al uitgepakt , kom even een wijntje drinken. Wij kijken elkaar  aan, huhh kerstcadeautjes uitpakken?... maar gaan mee naar binnen. Haar camper is mooi versierd met kerstslingers en de net uitgepakte cadeautjes (kinderspeelgoed) liggen nog op tafel. En dan maken we kennis met haar medereiziger die niet, zoals wij hadden verwacht, haar echtgenoot is maar de 30 jarige verstandelijk beperkte zoon; Ivan. Anetta begint te praten en is niet meer te stuiten. Ze vertelt.... over haar echtgenoot die overleed op het moment dat hun camper was gekocht, hoe zij overwoog de camper weg te doen maar uiteindelijk zelf rijlessen nam en het  ‘groot’ rijbewijs haalde om daarna samen met zoon en hond zes maanden door Zuid-Amerika te reizen. En verder... over hoe moe ze is na een kleine drie maanden reizen omdat ze alles alleen doet; rijden, tanken, wassen, koken, schoonmaken, plannen maken en voor Ivan zorgen maar ook dat ze geen minuut spijt heeft van haar keuze. De volgende morgen maken we een wandeling samen met Ivan en merken we hoe zeer hij geniet van de reis...we nemen afscheid van Ivan en moedige Anetta.

We zijn nog steeds in Patagonië en rijden door het befaamde “merengebied”  wanneer we in het dorp San Martin de los Andes besluiten in een restaurant te gaan eten. Helaas blijken die allemaal te  zijn gesloten vanwege de kerst. Maar niet de golfbaan in de buurt ...en op tweede kerstdag lopen we samen (ja, echt niemand anders op de baan) een “lekker rondje” op deze mooie tamelijk heuvelachtige baan. De zomer is begonnen met veel zon en hoge temperaturen en we komen laat in de middag aan bij het informatiecentrum van PN Lanin aan de grens met Chili. We besluiten het advies, om aan de zuidkant van het meer op de camping  te gaan staan, te volgen. En na 22 langzame kilometers over een smalle, bochtige en zanderige weg met veel laaghangende bomen die de verf van de zijkanten van de truck schrapen, staan we dan eindelijk aan het 35km lange meer Huechulafquen met een prachtig uitzicht op de vulkaan Lanin. Het wordt een weekje van genieten van de omgeving, luieren ( voor het eerst sinds Brazilie hangen we de hangmat op) beetje klussen en opruimen. We krijgen bezoek van  een jongen en een meisje van indiaanse afkomst en gekleed in armoedige kleren. Zij wonen in de boerderij naast ons en blijken  verantwoordelijk te zijn voor de registratie van de campinggasten. We schrijven ons in en zien dat de laatste geregistreerde kampeerders van maart 2010 zijn. We zwaaien elke avond naar hetzelfde tweetal wanneer zij de koeien en schapen binnenhalen,die een groot deel van de dag op de camping grazen. Camping is trouwens wel een groot woord voor deze plek; het is niet meer dan een  open plek in het bos en geen enkele voorziening. Op een middag krijgen we dan toch gezelschap van een vrachtwagenchauffeur uit Cordoba. Het beroep van vrachtwagenchauffeur is aangezien de vakbonden goed voor ze onderhandelen een redelijk betaalde baan, zo vertelt hij. Nu heeft hij twee weken vakantie en komt hier vliegvissen, op (zalm)forel. Vliegvissen is erg populair in deze streek. Hele dagen zie je ze met hun lieslaarzen in het water staan ‘zwaaien’ met hun hengels. Alle vissers hebben een vergunning nodig en per persoon mag je één forel opeten, de rest moet je teruggooien. Wij vragen ons af hoe ze dit controleren? Aangezien hij met een personenauto is en het inmiddels heel hard is gaan regenen breekt hij aan het eind van de dag z’n tentje al weer af en vertrekt. Hij is bang anders niet meer over de modderige weg terug te kunnen komen met zijn auto.Gelukkig voor ons houdt het na een stevige bui al weer op met regenen en komt de zon weer tevoorschijn.

Op 1 januari 2011, na een zeer rustige oudejaarsnacht, zonder vuurwerk maar wel met een spectaculair mooie sterrenhemel, verlaten we de camping. Parque Lanin komt in ons top tien lijstje van nationale parken, vanwege het werkelijk kraakhelderde meer, de ongereptheid van de omgeving en de vulkaan Lanin als achtergrond. Na een internetstop, om via Skype en MSN degenen die we kunnen bereiken gelukkig nieuwjaar te wensen, in het  dorpje  Junin de los Andes, gaan we de grens over en zijn we weer in Chili. Na een klein dispuut met de man van de Chileense groente en fruitcontrole(wat een kansloos gedoe is dat toch). Hij ziet in de cabine het kleine vaasje met tulpen staan en sommeert ons dit in te leveren! Het kost aardig wat moeite om de man ervan te overtuigen dat het allemaal plastic is (en het is echt niet moelijk om dit te zien). Hij voelt nog een paar keer aan de tulpjes en besluit dan dat we het mogen houden...Aan deze kant van de Andes ( het Chileense merengebied en heel toeristisch) regent het weer en het is daarom dat we deze zelfde dag nog willen doorrijden naar de kust. We staan in de file in Pucon, waar vanwege het weer, hele horden toeristen lopen en rondrijden, en rijden door naar het iets rustiger dorp Villarica. We staan midden in het centrum en sluiten net het internet af als de vrachtwagen hevig heen en weer gaat schudden. Nu komt het weleens vaker voor dat kwajongens op de vrachtwagen klimmen om even naar binnen te gluren of zo. We trekken ons daar meestal niet zo veel van aan...maar het gaat nu wel erg tekeer en het blijft ook wel lang duren. Wij allebei pissig naar buiten,we zullen die jongens die aan onze auto zitten wel eens even 'te woord staan'. Maar wel gek zeg.....er zit helemaal niemand aan te auto en wij staan op straat ook heen en weer te schudden! Het golft onder onze voeten en het is pas op dit moment dat wij ons realiseren we dat er iets heel anders aan de hand is. Een aardbeving! We zien nu veel mensen naar buiten lopen, mobieltjes in de hand om te bellen, een politieauto komt langs om ons te vertellen dat er een aardbeving is. We gaan praten met de mensen in de buurt en horen dat de aardbeving hier 95 km vandaan is, en aan de kust. Precies op de plek waar we vandaag naar toe hadden willen rijden. We blijven die nacht en de volgende morgen nog in Villarica omdat we het nieuws  een beetje willen volgen. Maar in de middag vertrekken we toch richting de kust.We weten inmiddels dat het epicentrum van de beving(6,8 op de schaal van Richter) op 17 km diepte was en gelukkig weinig schade heeft aangericht.

 De 500 km over een mooie asfaltweg richting de kust zijn vrij saai. Urenlang rijden we heuveltje op heuveltje af langs productiebossen van naaldbomen of eucalyptus en zien we alleen met hout volgeladen vrachtwagens, die veel te hard rijden zo te oordelen aan het grote aantal wrakken langs de kant. Omdat we al een tijdlang nieuwsgierig zijn naar het werkelijke gewicht van onze vrachtwagen, en vooral om te weten welke bandenspanning we precies moeten aanhouden per as, stoppen bij een (hout) weegstation. De medewerkers snappen eerst niet wat we nu van ze willen maar uiteindelijk valt de peso en mogen we na betaling van het weegtarief van omgerekend 1,40 euro en kan we de auto op de “weegschaal”. Het vermoeden dat de vrachtwagen iets te zwaar is blijkt te kloppen; Simba heeft iets overgewicht,  13.5 ton, terwijl het maximale totaalgewicht slechts 12 ton is. Via Auraco, een dorpje aan de baai van Auraco, rijden we naar het iets noordelijk van Concepcion gelegen dorpje Dichato (een kleine badplaats voor vooral Chilenen uit Concepcion) en het is daar waar we geconfronteerd worden met de gevolgen van de aardbeving en de daaropvolgende Tsunami van maart 2010. We staan aan de “boulevard”, tegenover de resten, een paar muren,  van wat eens het vakantiehuis was van de burgemeester van Concepcion en met uitzicht op het strand. We staan veilig want na een uur hebben we alle politieagenten van Dichato (een paar straten bij elkaar) zien voorbijkomen;  te paard, op de motor, op de fiets, met de auto en op zee in de boot! Overigens is dat typerend voor Chili: overal veel groen op straat. Tijdens een wandeling zien we vaak op de restanten van de huizen staan: “nee tegen de onteigening”. We vragen aan een voorbijganger wat dat betekent. Het blijkt een visser te zijn die ons met een tandeloze mond vertelt door de tsunami van 2010 alles te zijn kwijtgeraakt; z’n boot en z’n huis. Hij zag het water wegtrekken en is halsoverkop achterin de pickup van z’n zoon, met achterlating van alle bezittingen gevlucht. De lokale overheid wil nu het stukje grond van hem, en van alle andere slachtoffers, overnemen om de herontwikkeling te kunnen versnellen. De meeste huiseigenaren hebben namelijk geen geld om een nieuw huis te bouwen.  Maar goed...bijna niemand wil kennelijk de grond verkopen. Deze visser is gestopt met vissen, hij heeft immers ook geen geld meer voor een nieuwe boot, woont in een noodwoning op een heuvel achterin het dorp en vertelt dat ie elke dag even gaat kijken naar de plek waar z’n huis heeft gestaan.....

 

 

 

 

 

 

Foto’s