Monkey Bay, Malawi

Op weg naar Malawi

19 augustus 2015 - Monkey Bay, Malawi

Na 24 uur vliegen en hangen op verschillende vliegvelden staan we weer in Vilanculo. We worden opgehaald door Marcel met dochter Fleur en niet veel later zitten we met het complete gezin aan de koffie. Het is een warm welkom en het voelt fijn om te kunnen praten over het verdriet door het verlies van een moeder. Marcel en Marga hebben bezoek uit Nederland maar alsof het de gewoonste zaak is zitten we tegen de avond met elkaar, als één grote familie aan tafel.

De volgende morgen wandelen we naar de camping een eindje verderop waar Jan en Margriet op ons wachten. Ze reizen met hun Toyota Landcruiser ook door Afrika. Een paar weken eerder hebben we geprobeerd in Zuid-Afrika iets af te spreken, maar wij waren net in het zuiden van Kruger en Margriet en Jan in het noorden en was de afstand te groot voor een ontmoeting. Maar nu, door onze reisonderbreking, lukt het hier in Mozambique wel. Met elkaar maken we een lange wandeling over het prachtige strand en op de markt waar Jan met een lengte van iets meer dan twee meter gebukt langs de kraampjes schuifelt, hebben we veel bekijks. We maken nieuwe plannen en besluiten Zimbabwe en Zambia over te slaan en nu rechtstreeks vanuit Mozambique richting een grensovergang in het uiterste zuiden van Malawi te rijden. Jan en Margriet gaan richting Zimbabwe. Na twee dagen bijkomen en bijpraten zijn we klaar om te gaan. De lieve Fleur en Tom zwaaien ons uit en dan zijn we weer op weg.

We rijden over de enige, redelijk goed onderhouden, asfaltweg richting het noorden. Langs de kant van de weg wordt van alles verkocht. De mangobomen staan in volle bloei en de papaja’s zijn bijna rijp maar nu zijn er al volop bananen, sinaasappels, mandarijnen, appels, ananas en kokosnoten te koop maar ook cashewnoten, kippen, geiten, schapen. In elk dorpje zien we hoe bergen afgedankte westerse gebruikte kleding en schoenen te koop worden aangeboden. Er is zo verschrikkelijk veel van, dat ze het ook hier aan de straatstenen niet kwijt raken.  We rijden uren lang door en langs nog brandende en smeulende bossen en velden. Er wordt hout gekapt voor het vuur en voor het maken van houtskool, voor veel mensen hier de enige bron van inkomsten. De lokale bevolking is supervriendelijk, er wordt onderweg vaak gezwaaid, gewezen en gelachen.

Tegen de avond en in de omgeving van Gorongosa slaan we een onverharde weg in. Het is maar een smal pad met links en rechts kleine dorpjes van riet gedekte hutten en een waterpomp. We parkeren vlak voor het donker wordt voor een schooltje op het onverharde schoolplein. De meester is snel gevonden, hij woont in de hut naast de school en zijn naam is ‘Lazaro’. Hij is verbaasd maar na enige uitleg geeft hij toestemming voor een overnachting op het ‘plein’. Wat later op de avond komt de meester een briefje brengen met daarop de tekst; ‘my name is Lazaro, I am alive, if anything wrong phone me’ en dan het mobiele nummer…lieff…, we kunnen rustig slapen.  De volgende morgen helpt Peter de vrouwen en de meisjes bij de waterpomp, ze vinden het geweldig. Om acht uur hijst Lazaro de schoolvlag en komen de eerste kinderen bij het schooltje aan. Ze zijn erg verlegen en de kleintjes blijven achter de auto wachten. Pas wanneer ze door de meester worden aangemoedigd durven ze langs de vrachtwagen naar de klas te rennen. Lazaro vraagt een wederdienst; of wij even les willen geven….hm..nooit eerder gedaan maar vooruit dan maar. De kinderen luisteren geboeid naar de vertaling van Lazaro en proberen Nederlandse woorden in hun schriftjes te schrijven…maar Europa en laat staan Nederland…ze hebben er nog nooit van gehoord. Na nog een wandeling door de omgeving nemen we afscheid van de meester en zijn klas…wij toeterend en zij allemaal uitbundig zwaaiend.

Terug op het asfalt lunchen we voor twee euro in Caia, een dorp aan de Zambezi rivier; vers gegrilde vis met rijst en piripirisaus. Vanuit Caia kunnen we óf via de tolbrug de rivier over óf via de onverharde weg naar de zestig kilometer noordelijker gelegen Dona Annabrug. We kiezen voor de onverharde weg en rammelen rustig over het wasbord richting de brug. Een groen landschap, mooie grote baobabs en andere bomen, maisvelden en links en rechts van de weg dorpjes met op ieder erf een handgemaakte duiventil  (wat moeten ze daar nou mee?)en heel veel kinderen.

In Vila de Sena rijden we tot aan de brug maar wat blijkt? Het is, in tegenstelling tot wat op onze wegenkaart staat slechts een prachtige spoorbrug, alleen toegankelijk voor voetgangers, fietsers en natuurlijk de trein. Aan de overkant ligt Mutarara en de weg naar de grenspost. Pff wat nu? Maar al snel horen we van de veerboot. We rijden een paar kilometer terug naar een parkeerplek aan de rivier, het staat er vol met vrachtwagens, chauffeurs en bijrijders. Sommigen van hen klussen aan de auto, staan een potje te koken maar de meesten van hen liggen onder de auto te slapen. Het is drie uur in de middag en aan de kant ligt een veerboot. Gezien het geschetste beeld lijkt het een beetje onnozel wanneer we een chauffeur vragen hoe laat de veerboot gaat vertrekken. Maar we doen het toch…  uhm, zo horen we….morgen misschien...of overmorgen….of over een paar dagen….niemand die het zeker weet….we wachten allemaal…de waterstand is te laag voor de veerboot…het is te gevaarlijk…het moet eerst gaan regenen. We vragen het voor de zekerheid nog aan iemand die op de boot aan het werk is en hij is er bijna zeker van; het water gaat snel stijgen en de boot gaat morgen weer. We besluiten te wachten en we overnachten in de rij voor de veerboot. Maar de boot vertrekt ook dan niet en we zien hoe de chauffeur van de coca cola truck zijn geduld verliest; hij huurt ter plekke een kleine boot en een paar mannen. De mannen brengen alle kratten frisdrank van de auto naar de boot en zo gaat het de rivier over. Voor de distributie aan de overzijde is een andere auto met chauffeur geregeld want hier kan niemand echt lang zonder coca cola.

Aan het einde van de ochtend besluiten we maar weer te gaan rijden…zestig kilometer terug over het wasbord en bij Caia over de tolbrug de Zambezi over. De chauffeur van de coca cola truck heeft uitgelegd via welke route we toch in Mutarara kunnen komen. Twintig kilometer na de tolbrug slaan we af en rijden we verder op de smalle onverharde weg en het is mooi! We overnachten bij het dorpje Pinda en in de ochtend maken we er een wandeling. De mensen reageren verrast en verbaasd. Chipanga ligt aan de rivier de Shire maar gelukkig is er een kleine (hand) veerboot en staat er voldoende water in de rivier. Het hele dorp loopt uit om te kijken en vooral te luisteren naar hoe wij met de baas onderhandelen over de prijs. Maar het lukt en Peter rijdt de boot op. Althans dat probeert hij. Halverwege de oprit blijven we hangen op de opstaande rand tussen de drie in lengterichting aan elkaar gekoppelde pontons. Net op het punt dat de voorwielen de rand op moeten zijn de achterwielen op het laagste punt in het water en hebben niet voldoende grip. Met de krik heffen we de achterkant een beetje op en de mannen van de pont gooien er balken onder. Zo lukt het wel. Met een gangetje van een meter per minuut draaien ze ons met de handlier naar de overkant.

Dan eindelijk rijden we Mutarare in en Peter kan het niet laten…hij pakt de verrekijker en tuurt over de Zambezi rivier naar de overkant…en ja hoor… ze staan er nog steeds, de vrachtwagens, te wachten op de oversteek…op het stijgen van het water. Wij rijden door naar Vila Nova de Frontera, de grensovergang naar Malawi

Foto’s