Paramaribo, Suriname

thuiszorg in de jungle

28 april 2012 - Paramaribo, Suriname

Op een ochtend stoppen we even bij het toeristenbureau en halen een stapel folders op. We willen wel wat van het binnenland zien. En al heeft Suriname maar enkele autowegen, waterwegen zijn er volop en je kunt hier per korjaal (zo noemen ze hier een kano gemaakt van een uitgeholde boom) via de rivieren diep het binnenland in. Al  snuffelend door de stapel folders zien we plots iets wat direct onze volle aandacht heeft…Danpaati, een toeristenaccommodatie in het tropische regenwoud op ruim 300 km van Paramaribo. De lodge is gebouwd op een klein eiland in het gebied van de Saramaccaners die langs de oevers van de Boven-Surinamerivier wonen. Deze bevolkingsgroep maakt onderdeel uit van de zogenaamde Marron (oud spaans voor ‘weggelopen vee’) oftewel bosnegers oftwel boslandcreolen. Het zijn in ieder geval de nakomelingen van de afrikaanse slaven die een paar honderd jaar terug van de plantages ontsnapten. De Saramaccaners wonen en leven nog min of meer zoals hun voorouders uit Afrika.

Danpaati...een lodge met een missie.. zo lezen we…gecoördineerde thuis (ouderen) zorg in 12 Marron dorpen ten noorden en ten zuiden van het eiland Dan en uitgevoerd door lokaal opgeleide vrouwen afkomstig uit de betreffende dorpen. De aansturing van het project, marketing en dagelijkse leiding op de lokatie zelf is in Nederlandse handen. De financiering van het project komt uit de opbrengst van de lodge én de ondersteuning van een grote Nederlandse zorgverzekeraar en woningcorporatie.Onze nieuwsgierigheid is gewekt en na wat bellen en mailen met de directie gaan we een dag later op pad voor een bezoek.

Wim brengt ons naar Meerzorg en vandaar gaan we met een bootje de Surinamerivier over naar de stad en lopen langs De Waterkant (de boulevard van Paramaribo) naar de plaats vanwaar busjes en auto’s richting Atjoni vertrekken. Chauffeurs proberen klanten te werven door (zodra je in beeld bent) de tas uit je handen te trekken en deze alvast achter in hun bus of auto te leggen. Brandstof is duur dus chauffeurs vertrekken het liefst met een (prop) volle auto. Uiteindelijk nemen we met zijn tienen plaats in een zwaarbeladen zevenpersoons auto. Maar we gaan, nou ja..gaan.  We rijden eerst nog even langs het huis van één van de mannen om wat zakken rijst op te halen (kunnen nog wel op het dak), vervolgens stoppen we bij een werkplaats omdat een voorband verwisseld moet worden en daarna wordt er getankt en gaan alle mannen naar de supermarkt. Van Paramaribo naar Atjoni is 200 km over een vrij nieuwe asfaltweg maar na 100 km (misschien wel 106) slaan we rechtsaf en rijden we verder over een smalle onverharde weg vol gaten en modderkuilen. Peter vraagt de chauffeur waar we heen gaan..oh, zegt de man, we rijden even om naar 106. Het blijkt de naam van een goudzoekerskamp en toevallig zit onze auto vol goudzoekers op weg naar kamp 106. Drie weken blijven ze er…het is hard werken maar het verdient goed. Ze moeten wel 10% van de waarde van het goud inleveren bij de concessiehouder van de grond. Ook veel Braziliaanse mannen komen hier hun gouden geluk beproeven en Braziliaanse dames van lichte zeden zorgen voor de nodige afleiding en doen dat voor tussen de 2 en 5 gram per half uur. Na de omweg van anderhalf uur worden we ruim vier uur na vertrek bij de rivier afgezet en zijn gelukkig  nog net op tijd om een korjaal te vinden die ons naar de lodge zal brengen.

De korjaal is een reguliere lijndienst tussen het dorp Atjoni en de Marrondorpen langs de rivier en legt bij een aantal van de dorpen even aan om mensen en boodschappen af te leveren. Langs de rivieroevers is het een drukte van belang, er wordt gezwommen, gevist en (af)gewassen. Drie uur later komen we aan bij de lodge en even daarna zitten we op het terras van ons huisje voor drie nachten, pal aan de rivier. Het uitzicht is prachtig.

De volgende morgen varen we naar het dorp Dan en maken kennis met Sidoni.  Ze is zorgcoördinator en verantwoordelijk voor de uitvoering van het werk in de 12 Marrondorpen. Thuishulpen heten hier ‘dorpsgezondheidswerkers  kortgezegd ‘dgw’s’  De hier geleverde ouderenzorg bestaat uit huishoudelijk werk, persoonlijke verzorging en daarnaast is er de sociale -en signaalfunctie. De medische zorg wordt overgelaten de aan drie medische posten van de omliggende dorpen.

We lopen mee met Anita en Magnolia, de twee dgw’s van het dorp Dan. Het is rustig op het moment en met maar enkele cliënten in zorg halen we eerst alle afwas op. Dat afwassen is een heel karwei; voorovergebogen met je voeten in het rivierwater en met behulp van schuurzand en wat zeep en dan boenen maar. Er wordt op houtvuur gekookt dus ook de zwarte buitenkanten van de pannen moeten (elke dag) blinkend schoon worden gepoetst. De status van een vrouw hangt hier samen met het spiegelen van de pannen (echt waar!). Met de schone afwas op het hoofd (nou ja, ik doe mijn best) lopen we terug naar de cliënten. Het erfje wordt geveegd, de haren uitgekamd en gevlochten en we maken een praatje. De vrouwen moeten erg lachen om de bakra (blanke) die het erf aanveegt en klagen over rugpijn. Jarenlang voorovergebogen wassen en afwassen en op de kostgrondjes werken heeft als resultaat dat sommige van hen niet meer rechtop kunnen lopen. We gaan wassen in de kreek en opeens zien we een circa drie meter lange anaconda langs onze benen zwemmen, iedereen springt gillend op de kant. Magnolia en Anita gaan pas het water weer in na een minutenlange inspectie van de kreek.

Is het zinvol dit project? vraag ik Sidoni en hoe zit het met de mantelzorg?  Sidoni legt uit; bijna alle mannen uit de dorpen werken in Paramaribo of Frans Guyana en hebben vier tot vijf vrouwen en bij iedere vrouw meerdere kinderen. Om in het levensonderhoud te voorzien werken de vrouwen op  kostgrondjes waar zij pinda’s en wat groente verbouwen. De kostgrondjes liggen vaak op een paar uur loop- of vaarafstand en ouderen blijven dan dagenlang alleen in het dorp achter. Voor deze ouderen zorgen wij nu, zegt Sidoni. Het mes snijdt zo aan alle kanten. De dgw’s hebben betaald werk, de kinderen worden opgevangen in één van de drie crèches (ook een project van Danpaati) en de vrouwen kunnen rustig naar de kostgrondjes of naar hun werk op de Danpaatilodge. En hoe komen de mensen in zorg? Meestal via de kapitein, de baas van een dorp, die kent iedereen en hij kan de mensen bij ons aanmelden. Er is hier gelukkig geen inmenging van een indicatie-orgaan, geen minutenwerk en niet tientallen verschillende gezichten per klant.

Samen met Bernard lopen we een paar uur door de jungle en daarna wandelen we door het dorp Pikin Slee, op een half uur varen van de lodge. Bernard is geboren in het dorp Dan en heeft 15 jaar in Paramaribo gewoond. Hij heeft via Danpaati werk gevonden als gids en woont sindsdien, met twee vrouwen en negen kinderen weer in zijn geboortedorp. Bernhard is een gezellige gids die heel veel weet van wat er groeit en bloeit in ‘het bos’ en legt dat beeldend uit (kinderen leren hier al jong hoe ze moeten jagen en doet even voor hoe je een geweer vast houdt). Iedereen leert hier alles van zijn ouders zegt Bernhard en die weer van hun ouders en die hebben het geleerd van de indianen....die wisten echt veel van het bos…..ja toch…. en slaat ondertussen op de lawaaiboom. Die lawaaiboom is erg handig voor wanneer je bent verdwaald, het geluid is kilometers ver te horen en zo kan een kapitein voor hulp zorgen. Dat is heel goed zegt Bernhard want ‘s nachts ben ik zooooo bang in het bos..ja man.

In het dorp Pikin Slee zien we hier en daar al wat ‘vooruitgang’. Huizen met golfplaten daken en zelfs al een paar huizen van beton. Kinderen spelen met mobieltjes en wanneer ik een foto maak van de kapitein heb ik iets te laat de laptoptas aan zijn voeten in de gaten. (doet toch wat af aan de foto van de man in zijn lendendoekje). Bernhard legt uit…er is meer geld te besteden dus gaan mensen kopen, zo wordt er bijvoorbeeld meer djogo (bier) gekocht en gedronken. Een huis van beton, zo vindt hij, daar heb je hier niets aan; overdag wordt het er te warm om binnen te zitten en een vuurtje kun je er niet in stoken. En dat houtvuur heb je nodig hoor, dat gebruiken we ook om de kruiden te koken en kruidenbadjes van te maken....ja man, en dan bouwen ze naast het huis weer een traditionele hut. En… voegt Bernhard er aan toe…we hebben helemaal niks nodig man, we halen alles uit het bos…hout, bladeren, vlees en vis, groenten en fruit, kruiden…ja toch.

Na drie nachten nemen we afscheid van de medewerkers van Danpaati die er met plezier lijken te werken en keren huiswaarts wat deze keer een stuk vlotter gaat. Al wandelend over het altijd rustige 3 km lange Rust en Lustpad  praten we na over de thuiszorg in de jungle….  www.danpaati.net

  

 

Foto’s