Accra, Ghana

Teenslippers

24 juni 2014 - Accra, Ghana

Onderweg richting de kust zien we hoe de dorpen van riet gedekte hutten plaats hebben gemaakt voor dorpen waarvan de vierkante huizen bestaan uit betonblokken en golfplaten (ook foeilelijk blauwe) daken. De dorpen zien er nu rommelig en armoedig uit, onder de golfplaten daken wordt het ontzettend warm en wanneer het regent maakt het heel veel herrie. Deze ‘vernieuwing’ lijkt niet meer te stoppen in Afrika.

Eén van onze twee gasflessen is zo goed als leeg, tot onze verbazing zien we langs de grote weg  zomaar een gasflesvulstation waar voor drie euro de fles (tien kilo) wordt gevuld. We begrijpen niet dat er nog zo veel op hout wordt gekookt. Op de enorme ontbossing na,  zien we weinig verschil met dertig jaar geleden. Het koken op houtvuur zit diepgeworteld. Hoe zal het er over tien jaar zijn?

Een uur later staan we weer stil, nu bij een politiecontrolepost. Een zeer streng kijkende politieman trekt de deur open, ziet de teenslippers van Peter, begint direct in een boekje te schrijven en het rijbewijs moet worden ingeleverd. Het is geen bekeuring maar het briefje wat Peter in zijn handen gedrukt krijgt is een afspraak voor het verschijnen bij de rechtbank in Cape Coast.  Dat vinden we verdacht en we moeten ons inhouden om niet te gaan lachen. De agent; je kunt nu wel gaan…..nou...zonder mijn rijbewijs…  echt niet. Het is een spelletje. We wachten rustig af en dan begint het. De agent fluistert Peter tot drie keer toe…wat vind jij een goede oplossing? Maar die reageert niet, na een half uur is de man het zat en draait om als een blad aan een boom. Een grapje, een brede glimlach, rijbewijs terug en helemaal gelukkig dat Peter zijn schoenen aan heeft…we mogen weer.

Ghana is enorm rijk aan grondstoffen, er is olie en goud. Het land is vruchtbaar, maar er zijn veel grootgrondbezitters, te zien aan de talrijke bordjes ‘keep off, private property’ en de opbrengsten ervan lijken verdeeld  te worden onder een kleine groep gelukkigen. Ghana is ook een heel gelovig land. Er zijn ontzettende veel verschillende kerkgemeenschappen en allemaal hebben ze schreeuwende reclameborden langs de weg gezet.  Maar ondanks alle kerken en ondanks de al jarenlange aanwezigheid van vele hulpverlenende instanties zien we de armoede en de kinderen die met bolle buikjes van de eenzijdige voeding en wormen aan het werk zijn in plaats van dat ze naar school gaan.

In Biriwa, een klein vissersdorpje aan de kust in de buurt van Cape Coast, ontmoeten we Claudia. Ze is eigenaar van hotel ‘Biriwa’ en we mogen de vrachtwagen op een stukje gras naast he hotel parkeren. We hebben een prachtig uitzicht op de het strand en de zee en er is een heerlijk zwembad waarvan we gebruik mogen maken. De ouders van Claudia zijn veertig jaar geleden vanuit Duitsland naar Biriwa verhuisd en hebben het hotel gebouwd. Nu de ouders zijn overleden heeft Claudia, die wel blank is, maar verder in alles op en top Ghanees, het stokje overgenomen.

De volgende morgen zien we in de verte opvallend veel beweging op het strand en gaan voor een wandeling richting het vissersdorp. Voor we er erg in hebben lopen we langs een heleboel op het strand poepende mannen…gétver, ik weet bijna niet waar ik moet kijken. Eenmaal in het dorp worden we aangestaard en ze roepen ons na… het is regenseizoen, we kunnen niet uit vissen, we hebben honger en mannen, vrouwen en kinderen komen bedelen om geld. Wanneer we het dorpje bijna uit zijn worden we aangesproken door een echtpaar. We vragen wat er aan de hand is met Biriwa en de poepende vissers. Tja, zegt de vrouw, er is jarenlang heel veel aan hulpverlening gedaan. Dr Hofman (de vader van Claudia) heeft enorm geïnvesteerd, er zijn scholen, een ziekenhuis en openbare toiletten gefinancierd en gebouwd. Dr. Hofman is een soort ´chief´ van het dorp geworden. Een zeg maar moderne chief, één van vooruitgang maar in het dorp is er ook een traditionele chief en dat heeft gebotst. De vissers bijvoorbeeld geloven niet in openbare toiletten en scholen. Kinderen moeten meewerken en het strand  en de zee  zijn van de vissers . Het strand ligt vol met afval en in de zee drijven de drollen.....

In het hotel ontmoeten we een groepje enthousiaste Amerikaanse scholieren. Ze hebben 65.000 dollar ingezameld voor de bouw van een schooltje en nu hebben ze een weekje vakantie in Ghana. We ontmoeten een paar piepjonge Italiaanse artsen, ze zijn hier drie weken, werken in de ochtend in het ziekenhuis en de middag liggen ze aan het zwembad…..”helping these people feels good”…….en daarmee slaan ze de spijker op z’n kop; het lijkt soms wel of hulpverlening nuttiger is voor de hulpverleners dan voor de ontvangers van de hulp…..

We gaan met de trotro (het busje zit vol) naar het fort van Cape Coast. Ghana is een centrum geweest van de slavenhandel en langs de kust staan veel forten die gebruikt werden als ophaalpunt voor slaven. Het is indrukwekkend om te zien en te horen hoe de slaven behandeld werden. De vloer van de kelders is bedekt met een cementachtige laag die blijkt te bestaan uit bloed, kots en poep. Aan boord van de schepen werd het nog een graadje erger. Slechts 40% van de slaven overleefden de hele reis. Op de terugweg gaan we een grote kerk binnen. Meer dan honderd middelbare scholieren staan, onder begeleiding van een bandje en opgezweept door drie mannen, vol overgave te springen en te dansen terwijl ze zingen...we shall overcome…

Op zondag rijden we Accra in, een modern ogende grote stad. We moeten er zijn voor de visums van Benin, Congo DRC en Angola. De ambassade van Angola ligt midden in een mooie villa wijk. We staan amper stil of de buren komen een praatje maken, ze vinden een paar ‘tijdelijke buren ‘ gelukkig geen probleem. We denken ons goed te hebben voorbereid voor het bemachtigen van het Angolese visum. We hebben 250 euro aan Cedies, kopieën van paspoorten, vaccinatieboekjes, autopapieren, de pasfoto’s en hebben de verplichte ‘introductiebrief’, in het Engels, geschreven. Maar dan begint het; betalen in Cedies kan sinds kort niet meer, het moet in dollars en...zo laat de jonge juffrouw weten…in Angola spreekt men Portugees dus de brief moet in het Portugees…..alleen… wij spreken geen Portugees….maar ze blijft erbij.... tja. Omdat het betalen van de dollars bij de bank moet gebeuren gaan we dat eerst maar doen. Met de kwitanties gaan we terug naar de Ambassade, alle kopieën zijn gelukkig in orde bevonden, nu de brief nog. Langs onze neus weg vragen we…jullie spreken hier toch Portugees? ….ja, dat is waar en daar komt de oplossing. Een aardige dame van de ambassade vertaalt de brief en na bijvoegen van een lijst met ons programma (plaatsen en datums) en het maken van vingerafdrukken zijn we klaar. De visums voor Benin en Congo DRC zijn binnen een paar uur klaar…één detail, de prijs van het Congolese visum blijkt bij het ophalen nét met twintig euro per persoon te zijn gestegen. We krijgen een kwitantie….dat wel.

We maken bij ons in de buurt een wandeling langs het spoor. Er wonen mensen op een meter afstand van het spoor en er zijn winkeltjes en bedrijfjes maar het is wel armoe troef. Daarna krijgen we een rondleiding door het huis van Kenneth, de buurman. Het huis van zeven miljoen dollar (hij heeft zijn geld verdiend in de telecombuisiness) heeft veel kamers, we tellen zeven flatscreens, er is een zwembad en er staan zes auto’s in de garage waaronder een Masserati en een splinternieuwe Maybach…..Arm en rijk zit hier dicht bij elkaar.

 

Foto’s

1 Reactie

  1. Danielle Ligtelijn:
    24 juni 2014
    Hoi , leuk weer jullie verslag te lezen! Hartstikke leuk en ik blijf het zeggen, wat maken jullie toch veel mee. En zoals jullie altijd jullie verhaal vertellen, lijkt het wel alsof je er zelf (als lezer) bij bent geweest ;)
    Goeie reis verder!
    groetjes, Danielle