Marrakesh, Marokko

Steden en de eerste ambassade's

27 april 2014 - Marrakesh, Marokko

Het is weekend en vakantietijd in zowel Marokko als in Spanje. Het dorp Chefchaouen stroomt vol met Marokkanen en Spanjaarden. De op en neer deinende minibusjes volgeladen met hossende en zingende Marokkaanse vrouwen zijn een leuk gezicht. Voor ons tijd voor een wandeling in de bergen rond het dorp. In het gebied wordt veel kif (marihuana) geteeld, één van de weinige bronnen van inkomsten voor de boeren van het Rif gebergte. Het verbouwen van kif wordt oogluikend toegestaan en wordt ons regelmatig te koop aangeboden. Wij hebben geen belangstelling, tot grote teleurstelling ( en soms zelfs enige woede) van de boeren.

We rijden door naar Rabat om daar het visum van Mauritanië te halen. Op maandagmorgen staan we al vroeg bij de ambassade. We mogen eerst de papieren in onze auto invullen om deze vervolgens in te leveren bij een man achter glas in een piepklein donker kantoortje. Er past maar één hoofd voor het kleine raampje en Peter vraagt aan de man achter het glas of het mogelijk is de ingangsdatum van het visum niet op 1 mei maar op op 7 mei te zetten. Zo hebben we dan tijd om nog wat van Marokko te zien. Dat vindt deze kantoorklerk een rare vraag en het nadenken over de vraag lijkt voor hem te ingewikkeld. Het visum kan worden afgestempeld met als ingangsdatum 1 mei en verder valt er niet over te praten. Peter sputtert nog wat maar dan wordt hij door een bewaker uit het kantoortje gezet. De man roept hem na dat we, omdat Peter zo moeilijk doet, het visum maar aan de grens moeten zien te krijgen…en dat risico (aan de grens 2000 km teruggestuurd worden) willen we nu net niet nemen.  Dan ga ik het maar eens proberen. Ik moet op mijn tenen staan om door het gat in het glas te kijken en begin gelijk excuses aan te bieden voor het gedrag van mijn man. Dat staat de man wel aan, er verschijnt een grote grijns op zijn gezicht en we maken grapjes…die man van mij haha….is me er toch eentje. De kantoorklerk draait om als een blad aan de boom, we oefenen wat woordjes in het Engels vooral; ‘seven may’ en het visum in laten gaan op 7 mei…geen enkel probleem meer. We kunnen de paspoorten om drie uur in de middag halen maar wanneer we na de lunch om 1 uur komen aanwandelen, staat hij al met de paspoorten te wapperen. Triomfantelijk slaat hij de paspoorten open met daarin het visum en het vetgedrukte cijfer 7.

In Rabat laten we pasfoto’s maken en betalen tien euro voor 64 pasfoto’s en voor die prijs krijgen we er ook nog drie foto’s in ansichtkaartmodel bij, één in kleur, één in zwart/wit en één met een fleurig lente achtig achtergrondje. Omdat we van verschillende andere ‘overlanders’ hebben gehoord dat het visum voor Ghana onderweg lastig te krijgen is en we hier in Rabat praktisch naast de Ghanese ambassade geparkeerd staan, gaan we het proberen. De receptioniste is allervriendelijkst, geeft ons weinig kans maar na een kwartiertje wachten mogen we plotseling op audiëntie komen bij de consul. De man is ontzettend aardig en wil best een visum afgeven. Dus wanneer jullie mij een aanbevelingsbrief van één of ander bedrijf en een paar adressen van jullie verblijf in Ghana kunnen overhandigen komt het dik in orde. Maar ja...dat hebben we allemaal niet. De man valt zowat van verbazing van zijn stoel…kennen jullie dan helemaal niemand in Ghana? We leggen uit dat we toeristen zijn en een auto hebben waarin we ook slapen en dus geen hotel nodig hebben. Het blijft even stil maar dan horen we…nou vooruit...lever  paspoorten, tien! pasfoto’s en honderd euro in bij de receptioniste en ik maak het in orde….wat een mazzel.

In de buitenwijken van Rabat vinden we een grote, gezellige en drukbezochte lokale markt. We kijken onze ogen uit, de vele soorten groenten, fruit, olijven, vijgen, dadels, het is in overvloed aanwezig en spotgoedkoop.  In een piepklein restaurantje eten we de eerste Tajine (in een pot van aardewerk gestoofd vlees met kruiden en groenten) mmmm… heerlijk en achtenveertig uur na het eerste bezoek aan de consul halen we de paspoorten mét visum weer op.

Marokko  is een echt ‘camperland’ en alleen al op de route van Rabat naar Meknes passeren we er tientallen (overwegend Fransen en Duitsers) en van groot tot supergroot. We vinden in Meknes al vrij snel een kampeerplek in de straten van de ‘ville nouvelle’, het moderne en nieuwere deel van de stad. We wandelen naar de oude stad met binnen de muren de medina en souks. In de nauwe, kronkelige en kleurrijke straatjes zijn de ambachtslieden gewoon aan het werk. Er wordt er van alles ter plekke en met de hand gemaakt; meubels, tapijten, kussens, borduurwerk, sieraden, puntschoentjes, sandalen en  djellaba’s. We zien de prachtige paleizen (met golfbaan binnen de muren van de medina!), moskeeën en kashba’s met mooie binnentuinen.

We hebben vier weken uitgetrokken voor Marokko. Het is een groot (en vruchtbaar) land, er is veel te zien en te doen. We kiezen daarom, na de ‘stedelijke’ indruk van de afgelopen dagen voor een route door het Atlasgebergte. En onderweg zomaar langs de weg zit een groepje Berberapen, een staartloze apensoort met een dikke vacht tegen de kou. De bergachtige omgeving is prachtig, we passeren kleine (Berber) dorpen met uit rode klei opgetrokken huizen.

De zaterdagnacht kamperen we midden in het dorp Rissani. Maar waar we ook stoppen, direct zijn er de bedelende kinderen. Ze roepen maar één zin…donnez moi un stylo,ballon,dirham…geef me een pen, een bal, dirham (geld). Deze zin, we herkennen het zo goed uit het Afrika van dertig jaar geleden. Maar dat het in Marokko al begint hadden we niet verwacht, we doen er niet aan mee. We vragen aan een weldoorvoed en goedgekleed maar dwingend, zeurend en bedelend joch waarom we hem ‘zomaar’ iets zouden moeten geven…hij moet heel lang nadenken, weet geen antwoord en druipt dan af. We blijven in Rissani voor de grote zondagmarkt. Veel van de handel voor de markt wordt per ezel aangevoerd...zelfs sommige  schapen. We kopen een stuk zeil om de reservebanden die op het dak in de zon liggen te bakken af te kunnen dekken. De randen moeten worden genaaid en er moeten sjor ogen in gemaakt worden. De man zet ons op een bankje en geeft ons een glas muntthee. Een kwartier later is de klus geklaard.

In Merzouga, het dorp is het startpunt van 300 km piste, vinden we een plek aan de rand van één van de grootste zandduinen van Marokko. Wauw, het is mooi…we maken op de Suzuki een rit langs de duinen en we zijn niet de enige. Ook een stel Schotten probeert met motoren door het zand te komen. We volgen ze een stukje maar ze blijven al snel in het zand steken en vallen met hun zware motoren om. Het zijn echte Offroad motoren en één zelfs in volledig Dakar uitvoering maar de mannen zijn onervaren in het zand en tot hun grote verbazing en schaamte glijden wij ze, met ons lichte, en bij hun machines toch enigszins kneuzig afstekende motortje, moeiteloos voorbij. We helpen ze overeind komen en ze vragen of we ’s avonds een biertje komen drinken in hun hotel. Ze zitten in Hotel Ryad. Later komen we er achter dat ‘ryad’ iets van ‘hotel’ betekent en er zijn er wel dertig van. ‘Slimme jongens’ die Schotten…..

Eenmaal terug bij de vrachtwagen zien we dat er drie kampeerauto’s naast die van ons staan. Éen ervan (met een stel Fransen) is een enorme camper met als aanhanger een caravan. Heel even denken we  aan een grote familie…maar nee hoor, er komt gewoon een autootje achter uit de caravan gereden. Er blijft zoiets als 'baas boven baas'....

 

 

Foto’s

5 Reacties

  1. Margriet Klees:
    27 april 2014
    Hoi. Els en Peter
    Mooi verhaal en o zo herkenbaar. Wij vliegen donderdag naar Nairobi en pakken de draad weer op. Geniet en wie weet tot ergens.
    Groeten Margriet en Jan
  2. Elly v d Geest v d Raad:
    27 april 2014
    Heerlijk jullie verhalen ik geniet er van.zo zie je maar waar vrouwen goed in zijn. Gewoon een aardig babbeltje, een glimlach. En natuurlijk een en al onschuld, daar trappen, waar je ook komt de mannen in. Grt. Elly
  3. Henk en marianne:
    27 april 2014
    Wat goed dat jullie al een visum voor Ghana hebben kunnen krijgen.
    Toen wij in Marokko waren, werd onze hond bekogeld met stenen door de Berber apen. Prachtige zandduinen. Groeten uit een zonnig Chicago Henk en Marianne
  4. Thorsten:
    29 april 2014
    Hoi, Els en Peter,
    ik heb net jullie blog van Pier gekregen en ben verbaast ... tijdje niet gezien en, huppekee, zijn jullie om de wereld gereisd. Ik zal me in de volgende dagen in de verhaaltjes en photos verdiepen...
    lieve groetjes en "Rückenwind ! "
    Thorsten
  5. Alger Algra:
    13 mei 2014
    Dag Els en Peter, ik ben nu zo ver dat ik naar jullie weblog kan kijken. Ik wil jullie ook op deze plek nog danken voor jullie hulp en bijstand na het zo plotseling sterven van mijn vrouw, Margriet Schievink. Ze heeft op 6 mei in Nederland een indrukwekkende begrafenis gekregen.