Puerto Ayacucho, Venezuela

Richting Amazonas

31 januari 2012 - Puerto Ayacucho, Venezuela

Van Martin mogen we op het terrein blijven overnachten . We hebben een prachtige plek naast het zwembad en de leegstaande lodge met uitzicht op een meertje en de savanne. De kokosnoten vallen uit de boom en smaken prima.  Heel vroeg gaan we kijken bij het melken van de buffels. De werknemers beginnen al om drie uur in de morgen en zijn dan rond acht uur klaar met het melken van 200 buffels. Iedere werknemer melkt zes tot acht buffels en doet dat zeven dagen per week. Martin vertelt dat veel veehouderijen in de Llanos overgaan op het houden van waterbuffels. Niet alleen vanwege de hoge zuurgraad van de grond (waar de koeien slecht tegen kunnen) en omdat buffels een hoger  reproductie-percentage hebben maar ook omdat er veel koeien worden gestolen. Een week geleden nog zijn bij de buurman tweehonderd koeien ”weggehaald”. De koeien worden midden in de nacht naar een ander terrein gedreven, daar staan veewagens klaar om de beesten te vervoeren en een dag later zijn ze verwisseld van eigenaar. Als wettige eigenaar kun je er vanwege de wapens en de corruptie(een hoge militair zit in het complot) weinig tegen doen.

We rijden naar hato El Cedral , een grote boerderij annex toeristenlodge en sinds een paar jaar genationaliseerd. Bij de poort staan drie beveiligers die vragen of we een reservering hebben. Nee, die hebben we niet maar we willen toch graag naar binnen. Dat kan echt niet, we mogen wel zelf de hoge baas in Caracas bellen om te vragen of het mag. Is er binnen bij het hoofdgebouw dan geen manager, vragen wij. Daar hebben de mannen nog niet aan gedacht, we blijven rustig wachten en na een kwartier krijgen we hem aan de telefoon. Hij begrijpt niet precies wat we willen maar we krijgen toestemming om het terrein op te rijden. Onderweg naar het hoofdgebouw zien we van alles aan vogels en waterdieren. Honderden capibara’s, krokodillen, schildpadden, leguanen, te veel om op te noemen. We worden ontvangen door een alleraardigste jongeman. Hij weet niet zo goed wat hij met ons aan moet , eigenlijk moet je hier een (dure) kamer nemen maar die hebben wij niet nodig. Hij mag of kan het niet zelfstandig beslissen en belt met de baas in Caracas. Een paar uur later horen we dat we (mits we een klein bedrag per nacht betalen) mogen blijven staan. We zijn helemaal blij, het is hier echt prachtig er erg rustig… er zijn nog vier andere gasten.

Aan het eind van de middag gaan we in een terreinwagen op “safari” samen met Rafael. Rafael is al zestien jaar gids op El Cedral en kent de periode van vóór en na de nationalisering. Voor hem is het er beter op geworden, zo vertelt hij. Hij krijgt nu elke dag betaald (dus ook wanneer er geen gasten zijn) en de sociale voorzieningen zijn beter dan voorheen. Drie uur lang rijden we over het 530 vierkante kilometer grote en waterrijke terrein. Ook hier houden ze naast koeien ook waterbuffels. Tegen zonsondergang rijden we,  zigzaggend  om de talrijke capibara’s en gronduiltjes heen, terug naar de lodge. Capibara’s worden, in tegenstelling tot elders in Llanos, niet afgeschoten (voor het vlees)maar worden hier beschermd. Nou ja, beschermd… tegen de geweren dan want de beesten verdwijnen met regelmaat in de bek een krokodil. (de gebrilde kaaiman of de grote Orinoco krokodil).  We nemen  afscheid en de manager vraagt of we snel een keer terugkomen. Wat ons betreft graag! Wij hebben geen slechte ervaring met El Cedral, de medewerkers zijn vriendelijk en voorkomend. Het enige wat  opvalt is de hoeveelheid personeel (te veel) en dat ze elkaar onderling, zoals bij alle genationaliseerde bedrijven,  met ‘kameraad’ aanspreken .

De volgende Hato waar we langs gaan is El Frio, een paar jaar geleden nog een internationaal (bij biologen en vogelaars) bekend staand boerenbedrijf annex toeristenlodge maar drie jaar geleden genationaliseerd. Drie militairen bewaken de ingang en we horen dat het bedrijf is gesloten en nee, we mogen er niet kijken.  Het is een agrarisch bedrijf en toeristen komen er niet meer….helaas. Vlak vóór San Fernando de Apure slaan we een zijweggetje in parkeren voor de nacht onder de bomen langs de onverharde weg. Nog geen vijf minuten later staan een verbaasde moeder en dochter naast de auto. We blijken op privé terrein te staan  en hier blijven staan, voor de nacht? nee, dat vinden ze geen goed idee. Er is geen praten aan, we moeten echt mee naar het huis en zo maken we kennis met Ululo en Jaime. Ze zijn eigenaar van twee kleine terreinen met zo’n zestig stieren en hebben een huis in het naburige dorp. Wij kunnen de nacht bij de boerderij blijven staan, dat is veiliger en wanneer we iets nodig hebben….”jullie pakken het maar”.  En zo gaan zij terug naar het dorp en passen wij op de stieren. De volgende morgen om zeven uur zijn ze er weer om de stieren het land op te laten en in de groentetuin te werken. Ululo en Jaime zijn beiden, na dertig jaar als leerkracht op een middelbare school te hebben gewerkt, gepensioneerd (in Venezuela krijg je pensioen na dertig jaar arbeid). Ze werken nog dagelijks op de twee terreinen omdat ze de extra inkomsten goed kunnen gebruiken. ( ze hebben naast Veronica nog vier zonen).

Dochter Veronica is 21 jaar en studeert ( verpleegkunde) in Valencia maar komt in het weekend naar huis om haar ouders te helpen. Het is een vlotte, vrolijke meid die ons het  hemd van het lijf vraagt. Wanneer het gesprek toch weer even op Chaves komt laat Veronica ons het volgende weten….ongehuwde meisjes met kinderen krijgen hier per kind een toelage dus….zoals jullie wel zullen begrijpen… zijn er tegenwoordig  in Venezuela heel veel kinderen met een piepjonge moeder maar zonder vader. Wanneer we vertrekken overladen ze ons met van alles wat in en om de groentetuin groeit;  pompoenen, pepers, paprika’s, bakbananen, sinaasappels, etc, etc....voor onderweg! Muchas gracias!

Het is heel vreemd dat een land als Venezuela bijna alles importeert. Veel van het vlees komt uit Argentinië, Brazilië en Uruguay  en dat is voor ons maar moeilijk te begrijpen aangezien het land hier eigenlijk alles kan produceren wat ze nodig hebben. Maar in  San Fernando de Apure kopen we op de markt twee kilo van de heerlijkste ossenhaas ( voor zeven euro) gewoon van de koeien uit de Llanos. We kamperen een paar dagen in het NP Cinaruco-Canaparo, aan het strand van de Capanarapo rivier (een zijrivier van de Orinoco). Bijna alle nationale parken en ook musea’s in Venezuela zijn gratis. In dit park zijn geen parkbeheerders en een kaart van het park is niet verkrijgbaar dus rijden we rond met behulp van de Garmin. Het is een groot savanne-achtig gebied met meren en rivieren. Ze noemen het hier het “Serengeti” van Venezuela en het heeft er inderdaad  iets van weg…..alleen de  zebra’s en giraffen missen we helaas…

Bij het gehucht Puerto Paez steken we per ferry de Orinoco rivier over en rijden naar Puerto Ayacucha, de hoofdstad van de provincie Amazonas. Het vinden van een plek om te overnachten valt in het drukke stadje  niet mee. Wanneer we het grote lege parkeerterrein zien van een hotel wagen we het erop… de manager vindt het prima. Het toerisme is hier de afgelopen jaren flink afgenomen dus jullie zijn van harte welkom en zo staan we vijf minuten later riant geparkeerd bij Gran hotel Amazonas, het meest sjieke hotel van de stad. Het is, net als de afgelopen dagen, 38 graden….en dat is eeeerg warm….!

Foto’s

1 Reactie

  1. Henk en marianne:
    5 februari 2012
    Wij zitten in Ushuaia helemaal aan de andere kant van Zuid Amerika. Hier is het maar 10 graden.
    We genieten van jullie verhalen en foto's. Dat hele hete weer trekt ons nog niet erg. Hoe vinden jullie het reizen in Venezuela, veilig?