Swakopmund, Namibië

De olifant met vijf poten

14 oktober 2014 - Swakopmund, Namibië

Met Paul en Marie-Louise  genieten we nog één keer van de befaamde Oppi-Koppi pizza, worden er onder het genot van een borrel moppen getapt met Vital, de eigenaar en verlaten we na drie weken de camping. We rijden via de Grootbergpas richting Sesfontein. Net voorbij het dorp Palmwag is de weg met grote hekken hermetisch afgesloten. Het lijkt wel een grensovergang maar we zien aan de borden dat het hier om een vleescontrole gaat. Dat is even schrikken want we hebben ruim vijf kilo aan Kudu en Gemsbok biefstuk in de vriezer liggen. Maar gelukkig heeft de vriendelijke controleur alleen oog voor de vrachtwagen en noteert slechts wat gegevens. Zonder nadere inspectie mogen we door..pff.

In het noordwesten van Namibië leven, gewoon in de vrije natuur, grote groepen olifanten maar ook giraffen en ander wild. Deze dieren hebben zich aangepast aan de woestijnachtige omgeving en komen vooral voor in droge rivierbeddingen. Voorbij het dorp Sesfontein volgen we een pad richting de Hoanib rivier. De omgeving is prachtig, we zien veel Mopane en Thorntree bomen, olifanten en giraffen zijn er gek op. Dan moeten we stoppen voor een over het pad gespannen touwtje. Tegen een paal staan wat vage bordjes met stoptekens en ‘vergunning vereist’. Vijftig meter verderop staan twee jonge knullen, ze zijn bezig met metselwerk aan een hut. Van één van hen horen we dat er voor het traject door de rivierbedding sinds twee weken een vergunning nodig is. Of we vijftien euro aan hem willen betalen en hij wappert wat met een kwitantieboekje van een lodge. We twijfelen ernstig aan het hele verhaal en rijden terug naar het dorp. We horen daar van verschillende mensen dat er in de toekomst een vergunning nodig zal zijn maar dat het zover nog niet is. We hoeven niets te betalen en rijden terug naar de jongen. Hij lacht een beetje schaapachtig, haalt het touw weg en vraagt nu alleen om water en brood…

We rijden door een grote kloof en na nog maar een paar kilometer zien we de eerste olifant. We denken dat ie vijf poten heeft, maar het is slechts een letterlijk en figuurlijk zeer opgewonden mannetje. Heel langzaam passeren we de olifant maar wanneer hij, op vier poten, een serieuze aanvalspoging onderneemt geven we toch maar ruim gas. We rijden zeventig kilometer over het zanderige spoor naar Amspoort, een grote delta waar de Hoanib en Tsuxab rivier samenkomen. Vijf nachten kamperen we in de wildernis. Wat is er mooier dan in de vroege ochtend de luiken van de auto opentrekken en in de verbaasde blik van grazende giraffen te kijken. Overdag en door de kloof op de weg terug zien we de kuddes spring- en gemsbokken, bavianen, jakhalzen, dikdiks, giraffen, struisvogels en groepjes olifanten. In zes dagen zien we slechts drie andere auto’s. Dit is een van de weinige gebieden ter wereld waar je nog zoveel dieren in het wild, dus niet binnen de grenzen van een beschermd gebied, kunt zien.  Er is hier nog niet zo lang geleden een veeboer gedood door een stel leeuwen.  Gelukkig hebben ze ons met rust gelaten….we vonden hun sporen in het zand mooi genoeg.

We komen weer langs Palmwag en de vleescontrole. Er staat een andere inspecteur die graag de koelkast en vriezer wil inzien. Dat mag, want voor de zekerheid ligt ons wild voor heel even opgeborgen in één van de vele vakken in de vrachtwagen. “Almost empty”, zegt de beste man waarop wij schijnheilig antwoorden dat dat komt omdat we weten dat we geen vleesprodukten mogen vervoeren langs dit punt. We zijn nog maar net terug op de gravelweg, de C43 richting het zuiden, wanneer we weer olifanten zien. Het stel is net op het gemak de weg overgestoken. Het blijft een mooi gezicht. Namibië is een droog, mooi, leeg land, twintig keer groter dan Nederland en maar anderhalf miljoen inwoners. Er zijn naast de blanke Namibiër, die overigens bijna allemaal Afrikaans spreken, veel verschillende stammen. Maar liefst 52 vertelde ons één van de blanke Namibiërs waar we een praatje mee maakten; de Damara, de Herero, Zemba,Himba en de San, allemaal met een eigen dialect. Zo hebben de Damara en de San een kliktaal. De meeste mensen wonen in of rond één van de steden.

We rijden over de vrijwel verlaten en in zeer slechte staat verkerende D2612 al rammelend langs toeristische attracties zoals Twijfelfontijn en de Brandberg. We zien veel kleine gehuchten van niet meer dan tien hutten en voor, naast of achter de hut meestal een autowrak. Die wrakken dienen als bushalte, speelplaats en voorraadschuur. In de omgeving van de trekpleisters komen we de Himba weer tegen. Ze staan langs de kant van de weg, om tegen betaling gefotografeerd te worden. Om te kunnen ‘werken’ in andere delen van het land hebben ze hun oorspronkelijke woongebied verlaten. Wij vinden het maar sneu om te zien hoe ze hun eigen leefomgeving en, wat ons betreft, zelfs hun waardigheid te verruilen voor een paar toeristendollars.

Foto’s

1 Reactie

  1. Marie louise en paul:
    22 oktober 2014
    Hallo Els en Peter wat een leuke verrassing dit stukje! En wat moeten we enorm wennen hier in ons kikkerlandje. We hebben erg mooie dagen gehad in Etosha en veel dieren kunnen bewonderen vooral de neushoorns waren te gek en grote kuddes olifanten met veel jong spul, geweldig! Terug in Nederland is het vooral wennen aan de grote hoeveelheden prikkels. We hebben al naar websites gekeken met campers is eigenlijk niet slim want daar kom je niet beter van in de tred van hier. Maar goed we hebben jullie site nu gevonden en dus blijven we een beetje mee op reis wie weet helpt dat ons om wat ruimte te bewaren in het hoofd.
    Lieve groet van ons en een fijn vervolg van de reis Paul en Marie-louise