Porlamar, Venezuela

Isla de Margarita

13 maart 2012 - Porlamar, Venezuela

Acht dagen na de dotterbehandeling komt Alexander ons halen. We gaan voor controle terug naar Dr. Villalba in Puerto Ordaz. Het is een rustige en serieuze man en hij legt alles goed uit. We krijgen een Cd-rom (kunnen we nog eens een gezellig avondje dotteren kijken) en recepten mee  èn…. wat de arts betreft mogen we gaan reizen. We hebben hem eerder laten zien met wat voor auto we rondrijden en uitgelegd wat onze plannen zijn.( nog een paar weken Venezuela dan via Brazilië en Brits Guyana naar Suriname).

Opgelucht wachten we op het telefoontje van de hulpverlener van de alarmcentrale. Zij hoort ons verhaal aan en zet gelijk een domper op de feestvreugde met de opmerking dat we pas kunnen gaan rijden wanneer de medische dienst daarvoor toestemming geeft.  De daaropvolgende vier dagen verlopen uiterst merkwaardig. De ene dag wil de medische dienst een schriftelijke en getekende verklaring van de Venezolaanse arts, de volgende dag is een telefoontje ook goed, de dag erop is het verhaal dat we moeten wachten tot vier weken na…na...ja, na wat eigenlijk? Op zaterdag 3 maart krijgen we eindelijk het verlossende antwoord; de arts in Nederland heeft besloten dat we vier weken na opname  weer mogen reizen. Die vier weken zijn vandaag precies om en dus gaan we als een speer langs de apotheek. We hebben geen idee of de medicijnen in de andere landen voldoende verkrijgbaar zijn. We nemen het zekere voor het onzekere en slaan voor een paar maanden in en de volgende morgen zijn we weer op weg.

We rijden naar Santa Cruz aan de kust en gaan direct door naar het havengebied. We informeren naar de veerboot richting Isla de Margarita en één van de medewerkers van ‘Conferry’ komt eens naar de vrachtwagen kijken. We leggen uit dat het een camper is en we geen ‘lading’ bij ons hebben maar de man is onvermurwbaar, we kunnen mee maar dan wel als vrachtwagen tussen de vrachtwagens. Er zit niets anders op en we parkeren op een groot terrein op een aangegeven plek. Daar komt iemand  de auto opmeten, noteert dit op een bonnetje en met dit bonnetje lopen we naar het kaartjes loket. Tijdens het afrekenen zien we plotseling dat we voor twee voertuigen betalen…hoezo twee, vragen we aan de dame achter het loket. Nou, legt zij uit….jullie betalen voor de auto én voor de motor. Dat vinden we erg raar…we betalen toch per meter en de motor staat vast op de auto..we rijden er toch niet mee? Ook nu kunnen we weer praten als Brugman, het zijn twee voertuigen en daarmee basta…na nog wat gezeur van ons trekken ze wel een meter van de afmetingen van de vrachtwagen af.

Het is volstrekt onduidelijk wanneer de boot vertrekt en om het kort te houden: de boot vertrekt om 19.00uur.. niet dus, om 02.00uur..ook niet, om 09.00uur..helaas niet, om 14.00uur.. nog even wachten. Het terrein staat inmiddels vol vrachtwagens en de chauffeurs ervan zijn wel wat gewend. Zij hangen gewoon de hangmatten onder de auto en gaan slapen. We horen van Olivier, (een Duitser die al tien jaar in Venezuela woont), dat het bedrijf drie maanden geleden is genationaliseerd en de service sindsdien in toenemende mate is afgenomen. Maar dan eindelijk om 16.00uur wordt het sein ‘laden’ gegeven. Het laden neemt vanwege de controles en het stuk voor stuk op een enorme lift naar de eerste verdieping brengen van de vrachtwagens, een kleine drie uur in beslag. Het ‘schip’ is een oude roestbak maar gelukkig bereiken we om middernacht gezond en wel het eiland en na drie uur uitladen en de nodige controles kunnen we rijden. Het is inmiddels drie uur ’s nachts en we geven Olivier een lift naar het huis van een vriend en wij kunnen er de rest van de nacht voor de deur kamperen…en slapen eindelijk weer eens in onze eigen bed.

Isla de Margarita is een klein (70 km breed en 35 km lang) eiland (eigenlijk twee) met mooie baaien en stranden en een bergachtig binnenland. Het is er rustig, niet alleen vanwege het laagseizoen maar vooral omdat er sinds een aantal jaren nauwelijks nog een buitenlandse toerist komt. Van de toeristen die er komen is 95% Venezolaan. We rijden langs heel wat te koop staande en verlaten hotels. De (meestal buitenlandse) eigenaren zijn vertrokken en de chartermaatschappijen die op Margarita vliegen zijn op één hand te tellen.  We horen verhalen over drugshandel, criminaliteit en natuurlijk worden ook hier goed lopende bedrijven genationaliseerd en ingepikt. Maar verschillende dagen en nachten kamperen we aan mooie stranden, de mensen zijn vriendelijk en er hangt een (te) relaxte sfeer. Wij krijgen een beetje de indruk dat de eilandbewoners het wel prettig vinden zo, zonder al die buitenlandse investeerders die hun eiland hebben volgebouwd.

Het nationale park La Restinga ligt op het westelijk, minder bewoonde deel van het eiland. We gaan er kijken en rijden over een breed zandpad. Het pad loopt tussen een lagune en de zee en we rijden aan de kant van de zee. We zien een paar auto’s aan de rand van de lagune staan en in minder dan een seconde nemen we een beslissing die ons duur komt te staan. We steken het pad over om naar de lagune te kijken  maar halverwege zakken we met een achterwiel diep in de modder….Het blijkt dat we over een stuk drooggevallen lagune rijden….natte zoute modder met een 10 centimeter harde korst.  Het lijkt mee te vallen en we beginnen om half tien in de morgen met graven en krijgen al snel gezelschap van een vader met zijn twee zonen.  De zonen helpen een paar uur met graven en Pa drinkt in diezelfde tijd driekwart fles rum leeg. Het is weekend en daar moet op gedronken worden. Inmiddels staat de auto met vier wielen diep weggezakt in de modder. Er komen heel wat mensen langs… op de brommer bijvoorbeeld. De brommer wordt geparkeerd, de eigenaar leunt er tegen en staren maar, en wanneer het te warm wordt gaat het T-shirt over de dikke buik omhoog tot onder de oksels. We sturen een blote buik naar het dorp om te kijken of er een vrachtwagen in de buurt is die ons eruit kan trekken. Ondertussen proberen wij het met de krik en de rijplaten maar het probleem is dat de krik, wat we er ook onder leggen, door de harde laag heen geduwd wordt. En met graven moet je eerst met de bijl de keiharde korst weghakken.

En verdraaid, een half uur later is er een vrachtwagen om te helpen. We spreken een prijs af en de mannen gaan aan de slag. Wij hebben zelf een stevige sleepkabel maar zij hebben alleen een roestig dun kettinkje om de sleepkabel vast te maken. We leggen uit dat voordat er getrokken kan worden we eerst het chassis zullen moeten uitgraven. Maar ze willen er niets van horen, beginnen met trekken en na iedere ruk staat de auto dieper in de modder. Dan breekt de ketting en er vliegen een paar schakels als een kanonskogel door  het metalen raamluik van onze auto. Als door een wonder raakt er niemand gewond. Dit werkt niet. Er moet gewoon eerst flink met scheppen en bijlen gewerkt worden om een soort oprit te creëren en de assen vrij te maken. We laten één van de mannen naar het dorp rijden om mensen op te halen die (tegen betaling) kunnen helpen. De man komt na een uur alleen terug. Er is niemand in het dorp te vinden die iets wil bijverdienen en ook de omstanders willen niet helpen met graven. Er komen veel met mensen volgeladen pick-uptrucks langs en ik probeer er af en toe een aan te houden, ze rijden met een grote boog om me heen. Wij graven samen verder terwijl de rest toekijkt en foto’s maakt. De vader en de zonen zijn inmiddels vertrokken en de truck houdt het om zes uur in de avond ook voor gezien en belooft de volgende morgen om acht uur terug te komen

We slapen slecht en beginnen de volgende morgen om zes uur met graven. De vrachtwagen komt niet terug en voorbijgangers stoppen niet of alleen om een praatje te maken en nutteloze adviezen te geven. Wanneer er weer zo’n onsmakelijke blote dikbuik blijft staan staren wordt ik het zat (moe), duw een schep in zijn handen en roep dat het geen poppenkastvoorstelling is en dat hij op moet zouten. De man wordt woest, rijdt weg en roept ons na dat hij terug zal komen om ons de keel af te snijden. We graven zonder hulp zelf maar stug verder (Peter heeft meteen z’n inspanningsproef gedaan) en na totaal zestien uur graven lukt het ons de auto weer op het droge te krijgen. De schade? Wij….flink wat blaren, blauwe plekken, zere spieren en verbrande lippen. De auto…. gat in het luik, rijplaten die té beschadigd zijn om nog mee te nemen en een beschadigde achterband. Maar verder werkt alles nog. We laten de lagune voor wat het is en rijden terug naar playa caribe, een baai aan de andere kant van het eiland en gaan slapen.

We willen het zout van het chassis laten afspuiten en rijden de volgende dag naar een auto wasstraat maar ze willen ons niet helpen…en de volgende vijf bedrijven ook niet. Ze hebben geen tijd, geen zin, geen personeel of ze vragen een absurd bedrag. Raar volk? Misschien kun je het hen niet kwalijk nemen in de wetenschap dat de president hen dagelijks via radio en tv urenlang toespreekt met mededelingen als: “Wanneer je arm bent steel je gewoon van de rijken” . Vreemd genoeg zijn de mensen in dit communistische land erg materialistisch ingesteld, ze willen allemaal een blackberry , merkkleding en een dure auto…..dus gek hè, die hoge criminaliteitscijfers. En er is zoveel gratis te halen zonder dat er iets wordt terugverwacht…waarom zou je werken? En wanneer je dan toch een baan hebt bij een staatsbedrijf dan is er zoveel personeel dat je de halve dag kunt rond hangen. (en bij een staatsbedrijf kun je nooit worden ontslagen).

Na lang zoeken vinden we uiteindelijk een wasstraat waar ze bereid zijn de auto in twee uur voor twee daglonen(!) af te spuiten en gaan wij maar weer eens richting de haven.

Foto’s

5 Reacties

  1. Henk en marianne:
    13 maart 2012
    Wat een nachtmerrie. Knap dat jullie er zelf uitgekomen zijn. Venezuela trekt ons nog steeds niet. Wij blijven voorlopig een Colombia. Een geweldig land. In April verschepen we vanuit Cartagena.
    Veel plezier en doe Coen en Karin Marijke de groeten in Suriname.

    Henk en Marianne
  2. Paul de Beer:
    13 maart 2012
    Dat mag met recht een inspanningstest genoemd worden!
    Achteraf gezien maar goed dat jullie het eerst vier weken rustig aan gedaan hebben.
    Goede reis verder!
    Saludos/Paul
  3. Kees:
    15 maart 2012
    Dag Peter en Els,
    Goed om te lezen dat Peter deze vuurproef fysiek goed heeft doorstaan. Hopelijk wordt het onthaal op Isla de Magarita wat vriendelijker.
    Hartelijke groeten!
    Kees
  4. Hannie Trompert Lieverse:
    21 maart 2012
    Wens jullie veel gezondheid toe,dat heb je wel nodig op zo,n reis.
  5. Hannes Reitberger:
    25 maart 2012
    Hello Els, hello Peter!

    As I can see you are still living your trip to the fullest, Venezuela sure must be a challenging but rewarding country to visit. Is it?

    Remember me? I am the Austrian traveler whom you met in the jungle of Rurrenabaque, Bolivia. I admire your enthusiasm - Congratulations to this great lifestyle of freedom and wonder! How are your hands, Peter, they look a little painfull on one of the fotos?

    Too bad my Dutch is not really existent, but I will keep track anyway of your splendid journey of a lifetime!

    Que les vaya muy bien en sus caminos!
    Saludos de Austria y mucha suerte,

    Hannes