Salta, Argentinië

18 augustus 2010, Bizarre week dan.... Salta

18 augustus 2010 - Salta, Argentinië

We blijven nog vier dagen staan op de camping aan de rand van Parque Foz do Iguazu. Geen andere gasten, de camping  heeft wat achterstallig onderhoud maar het terrein is mooi en het is er ondanks het vliegveld heerlijk rustig. Er staan veel kapokbomen waarvan de vruchten regelmatig naar beneden vallen zodat het af en toe lijkt alsof het gesneeuwd heeft. We zien herten, vossen en een roodbonte specht is uren bezig een dikke tak om te hakken. We benutten de dagen met het bijwerken van het blog en wat klussen aan de auto. Woensdagmorgen gaan we de grens over met Argentinie, drinken we koffie bij Veronique. Veronique is de Francaise (met de Scania vrachtwagen) die we in Buenos Aires hebben ontmoet en staat op een camping aan de Argentijnse kant van de watervallen. Leuk om elkaar na vier maanden te zien en even bij te praten. Drie maanden Brazilie is ons goed bevallen. Een enorm groot en mooi land waarvan we  nu een klein stukje hebben gezien en zeker terug zullen komen. Onveilig, nee dat hebben wij zo absoluut niet ervaren.  De mensen zijn vrolijk, aardig, enthousiast en nieuwsgierig. Duur? Uit eten , zeker de warme lunch is goedkoop (3 tot 5 euro pp) maar diesel (80 tot 90 eurocent per liter), openbaar vervoer,tol, supermarkten kosten meer dan in andere Zuid-Amerikaanse landen. We hebben niet gegolft in Brazilie, de meeste banen liggen hier in de directe omgeving van de zeer grote steden. We gaan het oppakken in Argentinie.  We weten gelijk weer dat we in Argentinie rijden. Zijn we in Brazilie in drie maanden tijd één keer voor een controle aangehouden , hier binnen 200km alweer zes politiecontroles! En steeds weer hetzelfde gezeur om geld. De ene keer moet de motor achterop staan, de andere keer moet er een hoes omheen en een bordje erop dan weer is de achterbumper van de vrachtwagen te hoog. We betalen nergens maar het kost veel tijd, ze laten je vaak een half uur staan in de hoop dat je de bekeuring gaat betalen. Dan leggen we voor de zoveelste keer maar weer uit dat we moeilijk in elk land en laat staan elke provincie de auto kunnen veranderen. ( zou Maxima hier niet iets aan kunnen doen?).  En ja hoor, alweer zwaaiende politieagenten. We stoppen maar dan zien we het; een auto is in de sloot is terechtgekomen en de politie vraagt of we kunnen helpen. De auto ligt nog met de achterkant in de sloot en een dame met de schrik in haar ogen zit op de achterbank. De andere passagiers staan al op de kant. Binnen twee minuten is de auto de kant opgetrokken en de mensen vliegen ons om de hals uit dankbaarheid. We zijn blij dat we hebben kunnen helpen en rijden verder richting een natuur reservaat: Parque Esteros del  Ibera, een groot rietmerengebied waar je vele vogelsoorten kunt zien. We willen er van de Noordkant inrijden ( de niet toerisch ontwikkelde kant ) en hebben van andere reizigers de coordinaten gekregen van een camping 30 km binnen het park. Het gebied ziet er een beetje uit als de Pantanal (wel meer water) en ook de weg begint daar aardig op te lijken. De provincies Entre Rios en Corrientes zien er heel  arm uit en doen niet veel voor Paraquay. Er lopen veel zwerfhonden, geiten en koeien over de weg. Peter heeft een Turkse Fluit (fluitje met hoge tonen) aan de claxon gemonteerd en gebruikt dit meestal om de beesten van de weg te jagen (werkt heel goed) en soms om hangjongeren  te imponeren( leuke reacties). In het dorp San Miquel (waar de weg naar de camping zou moeten beginnen maar waar de coordinaten ons in de steek laten) vragen we  het aan inwoners van het dorp. Een paar mensen zijn zo vriendelijk rond te bellen naar vrienden en bekenden maar niemand weet de weg naar de camping, heel vreemd. We hebben de hele dag gereden en gezocht en kunnen het stom genoeg niet vinden. Het wordt al donker en we besluiten morgen richting een ander park te rijden ,60 km verderop. We  overnachten langs de kant van een zandpad tussen de koeien. De koeien lopen zonder begeleiding over het pad  en een kleine kudde is zo geschrokken van onze vrachtwagen dat ze erachter stil blijven staan. Het is grappig om te zien hoe ze blijven dralen en pas uren later in het donker heel voorzichtig om de vrachtwagen heen lopen. Om zes uur in de ochtend schrikken we wakker van gebonk op en geroep; Politie! Dat geloven we niet zomaar en wachten nog even af. Wanneer we voorzichtig door een raampje kijken zien we een politeman staan. Hij vraagt wat wij hier doen en of alles goed gaat met ons. Das nu weer aardig,hij had wat ons betreft een uurtje later mogen komen. Het slapen lukt niet meer en we rijden door het kleine dorp Palmar Grande waar de mensen nog te paard naar de kleine supermarkt komen.  Na nog 20 km onverharde weg komen we in Parque National Mburucuya . We blijven er een dag en een nacht, er is niemand anders in het park en we zien vossen, herten, gordeldieren en veel vogels. Tegen de avond zien we een jonge vos. Hij blijft een beetje achter ons aanlopen en komt naast de auto zitten, alsof hij mee wil.. vreemde ervaring. We verlaten de provincie Corrientes en rijden 1000 km door de Chaco. De Chaco is vlak, heet en droog. Niet veel meer te zien dan wat geiten en koeien, struiken en nandoes. Er wonen hier nog veel indianen, waarvan we ons afvragen  waarvan ze moeten leven. Ze maken houtskool in ronde van klei gemaakte ovens maar verder..? We zijn aangekomen in Salta, de hoofdstad (1 miljoen inwoners) van de gelijknamige provincie. Salta ligt aan de rand van het Andesgebergte aan de grens met Bolivia en Chili. De komende maanden zullen we afwisselend door Argentinie en Chili reizen op weg naar het zuidelijkste puntje van Argentinie...Vuurland en Antartica.

Wordt vervolgd

 

 

Foto’s

1 Reactie

  1. Paul de Beer:
    19 augustus 2010
    Hallo Els en Peter,

    Leuk verslag weer, met veel plezier gelezen!
    Goed om te horen dat er toch nog indianen zijn in Argentinië, al lijken ze, zo te lezen, geen florissant bestaan te leiden.
    Ik herinner me dat ik ooit ergens in Brazilië in een restaurantje zat te eten toen een ouder argentijns echtpaar ongevraagd bij mij aan tafel kwam zitten. Ze lieten zich nogal ongenuanceerd laatdunkend uit over Brazilië -'bei uns ist Alles besser', zoiets- en met name de inheemse braziliaanse bevolking moest het ongelden. Trots vertelden ze dat er bij hun, in Argentinië, geen indianen meer waren en dit heeft tot vandaag mijn mening over argentijnen beïnvloed. Het doet mij, dertig jaar na dato, veel plezier om van jullie te horen dat hun verhaal dus niet klopt.

    Door naar Vuurland en Antartica . . . ik zou graag een stukje met jullie meerijden de komende tijd.
    Veel plezier!